Het is aan eigenaars of beheerders verboden, zonder vergunning
van burgemeester en wethouders oude wrakken of voor de vaart
onbruikbare vaartuigen in gemeentelijk water of aan de aan dat
water gelegen loswallen, kaden of oevers te leggen of te
hebben.
Eigenaars of beheerders van de in het eerste lid bedoelde
vaartuigen zijn verplicht, na intrekking van de vereiste
vergunning, deze binnen een door burgemeester en wethouders te
bepalen termijn te verwijderen of te doen verwijderen.