Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Indeling in categorieën

Onderdeel van Maatregelverordening

1. Gedragingen waarbij de verplichting wordt geschonden als bedoeld in artikel 9 WWB, 9a WWB, artikel 55 WWB respectievelijk artikel 37 IOAW, artikel 38 IOAW, artikel 37 IOAZ en artikel 38 IOAZ WWB, niet of niet voldoende worden nagekomen worden onderscheiden in de volgende twee categorieën met bijbehorende maatregel: Waarschuwing Het opleggen van een maatregel van de eerste categorie, kan vooraf worden gegaan door een schriftelijke waarschuwing. Eerste categorie Bij de volgende gedragingen/verplichtingen wordt de maatregel vastgesteld op 20% van de bijstandsnorm dan wel IOAW/IOAZ uitkering gedurende een maand: a. het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; b. het in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheid tot arbeidsinschakeling; c. het niet meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a van de wet, indien van toepassing; d. het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB of artikel 55 WWB, voor zover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 WWB; e. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen, zoals bedoeld in artikel 9 lid1 onderdeel c WWB, artikel 37 lid 1 onderdeel f IOAW of artikel 37 lid 1 onderdeel f IOAZ. Tweede categorie Bij de volgende gedragingen/verplichtingen wordt de bijstand verlaagd met 100% gedurende een maand: a. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; b. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. c. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b WWB en artikel 10 lid 1 WWB respectievelijk artikel 36 lid 1 IOAW en artikel 37 lid 1 onderdeel e IOAW en artikel 36 lid 1 IOAZ en artikel 37 lid 1 onderdeel IOAZ, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 2. De duur van de maatregel, als omschreven in dit artikel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Wanneer dit het geval is, gaat er geen waarschuwing vooraf aan het opleggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel