Naar hoofdinhoud
Artikel 3 definieert de voorwaarden waaraan de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin dient te voldoen. Om voor de regeling in aanmerking te komen dient men in de eerste plaats te voldoen aan de omschrijving van chronisch zieken dan wel gehandicapten (onderdeel a). Dit is een technische definitie. Als de alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin aan twee van de drie voorwaarden voldoet, wordt ervan uitgegaan dat extra inkomensondersteuning gewenst is vanwege de extra verborgen kosten, verbonden aan de ziekte/handicap. Nieuw ten opzichte van de oude beleidsregels is de voorwaarde dat in het voorgaande jaar de tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten moet zijn ontvangen. Deze nieuwe voorwaarde is in de plaats gekomen van de voorwaarde dat de compensatie eigen risico van het CAK in het voorgaande jaar ontvangen moest zijn. Het ontvangen van de compensatie eigen risico is als voorwaarde vervallen. Aandachtspunt bij onderdeel a is wel dat als sprake is van een alleenstaande ouder of gezin, het niet nodig is dat één persoon aan twee van de drie genoemde voorwaarden voldoet. Het huishouden als eenheid dient aan de betreffende voorwaarden te voldoen en ontvangt als voldaan is aan die voorwaarden, als eenheid de categoriale bijstand. In onderdeel b is vastgelegd wat de inkomensgrens is om voor de bijstand in aanmerking te komen. Die grens is wettelijk bepaald op 110% van de voor betrokkene geldende maximale bijstandsnorm. Voor alleenstaanden en alleenstaande ouders tot 65 jaar geldt dat tevens de maximale toeslag van 20% (ex. artikel 25 van de wet) tot de bijstandsnorm wordt gerekend. Het vermogen wordt conform algemene bijstand vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel