Hoofdregel is dat categoriale bijstand schriftelijk wordt aangevraagd d.m.v. een aanvraagformulier (eerste lid). Van een aanvraag kan worden afgezien in drie met name genoemde gevallen (tweede lid). Als reeds eerder categoriale bijstand is toegekend, kan dit aanleiding zijn om voor een nieuw tijdvak ‘ambtshalve’ bijstand te verlenen. Dit kan bijv. aan de orde zijn als d.m.v. bestandskoppeling voor het recht op GelrePas is vastgesteld dat het inkomen onder de inkomensgrens ligt en er geen aanwijzingen zijn dat niet (meer) wordt voldaan aan de vermogenstoets. Dit laat uiteraard onverlet dat steekproefsgewijs of integraal achteraf controle plaatsvindt op de juistheid van de ‘ambtshalve’ verstrekkingen. In individuele gevallen (i.v.m. ziekte of handicap) kan ook tot ambtshalve beoordeling worden besloten en als belanghebbenden nog niet eerder een aanvraag hebben ingediend maar er redelijkerwijs geen twijfel bestaat over het recht op categoriale bijstand. Dat kan bijv. aan de orde zijn bij personen die wel in aanmerking zijn gekomen voor minima-ondersteunende maatregelen maar nog niet eerder categoriale bijstand hebben aangevraagd en waarvan aangenomen mag worden dat ze aan de voorwaarde ‘chronisch ziek of gehandicapt’ voldoen, bijv. gelet op ingediende WMO-aanvragen.
Als peildatum voor aanvragen wordt de eerste dag van de maand voorafgaand aan de aanvraag genomen. In individuele gevallen kan daarvan worden afgeweken (cfm. art. 18, eerste lid WWB). Bij ‘ambthalve’ beoordeling wordt voor de beoordeling van de doelgroep afzonderlijk een peildatum bepaald.
Hoofdstuk
Artikel 6.
Aanvraag en peildatum
Onderdeel van Besluit tot vaststelling van beleidsregels categoriale bijzondere bijstand voor Chronisch Zieken en Gehandicapten 2012