Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 1

Artikel 5:6

Kampeermiddelen e.a.

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Nunspeet 2010

1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op of aan de weg; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a gestelde verbod. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Gelderse Wegenverordening. 4. Op de vergunning of ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting op artikel 5:6 Voorkomen moet worden dat een buitensporig gebruik wordt gemaakt van parkeerruimte. Ook moet aantasting van het uiterlijk aanzien van de gemeente worden voorkomen. Drie dagen is aangehouden, opdat de betrokkene de gelegenheid zal hebben zijn kampeerwagen of caravan voor een te ondernemen reis gereed te maken, respectievelijk na de reis op te ruimen. Met het gebruik van de woorden "drie dagen achtereen" is beoogd aan te geven dat niet behoeft te worden bewezen, dat het betrokken voertuig drie dagen onafgebroken op dezelfde plaats heeft gestaan en dus niet – al was het maar één meter – is verplaatst. Volstaan kan worden met aan te tonen dat het voertuig op enig tijdstip (op drie achtereenvolgende dagen) op de weg geparkeerd heeft gestaan. Dit behoeft niet dezelfde plaats te zijn. Dit artikel richt zich tegen het langer dan drie dagen plaatsen of hebben van voertuigen die voor recreatie e.d. worden gebruikt. De toekenning of afwijzing van de ontheffing is geen langdurge of complexe afweging daarom is er gekozen voor LSP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel