**1.** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene die zich gedraagt in
strijd met artikel 2:1, 2:9, 2:47, 2:48, 2:49 en 2:74 dan wel een geweldsdelict of een ander aan
de openbare orde gerelateerd delict pleegt een verbod opleggen om zich gedurende een in
dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te bevinden op in dat verbod aangewezen
plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben
plaatsgehad.
**2.** De burgemeester beperkt de in het eerste lid genoemde verbod, als dat in verband met persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
**3.** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod,
zoals bedoeld in het eerste lid.
Toelichting op artikel 2:50a
Op grond van het eerste lid is de burgemeester bevoegd om een persoon in het belang van:
- de openbare orde;
- het voorkomen of beperken van overlast;
- het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- en leefklimaat;
- de veiligheid van personen en goederen; of
- de gezondheid of zedelijkheid;
een verbod op te leggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak te bevinden op in
dat verbod aangewezen plaatsen. Om voor een dergelijk verbod in aanmerking te komen, moet
deze persoon strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten. Een dergelijk
verbod wordt een gebiedsontzegging genoemd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 11
Artikel 2:50a
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Nunspeet 2010