In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het
betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel
174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Toelichting op artikel 3:2
De artikelen 162 en 174 van de Gemeentewet maken deze bevoegdheidsafbakening noodzakelijk.
Volgens artikel 162 is het college van burgemeester en wethouders belast met de uitvoering
van raadsbesluiten (waaronder autonome verordeningen als deze) tenzij bij of krachtens de wet
de burgemeester daarmee is belast. Dit laatste doet zich hier voor: artikel 174 belast de burgemeester
namelijk met 'het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden, alsmede
op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven' (eerste lid) en met
'de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde
toezicht' (derde lid). In veruit de meeste gevallen moet de burgemeester daarom worden
aangemerkt als het bevoegde bestuursorgaan. In de definitie van seksinrichtingen is echter het
ruimere begrip 'ruimte' opgenomen. Dat betekent dat het college bevoegd is als het gaat om met
name de vaar- en voertuigen. Ook is het college bevoegd als het gaat om escortbedrijven. Het
gebruik van de openbare weg, waarbij in dit verband met name gedacht moet worden aan de
aanwijzing van tippelzones, is een bevoegdheid van het college. Van de specifieke aard van de
seksinrichting is afhankelijk wie in een concreet geval bevoegd is: het college of de burgemeester.
Aangezien van onbevoegd genomen besluiten vernietiging in de rede ligt, moet deze vraag met
zorgvuldigheid worden beantwoord.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 1
Artikel 3:2
Bevoegd bestuursorgaan
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Nunspeet 2010