**1.** Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid
met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:
a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren
vaststellen;
b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
bevelen.
**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het
bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
Toelichting op artikel 3:7
Ten opzichte van artikel 3:6 biedt artikel 3:7 de mogelijkheid om daarvan al dan niet tijdelijk af te
wijken. Aan zo'n tijdelijke afwijking moeten een of meer van de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
belangen ten grondslag liggen of er moet sprake zijn van strijdigheid met het bepaalde in
dit hoofdstuk. Het bevoegd bestuursorgaan kan daartoe overgaan als het dat noodzakelijk acht in
het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, de voorkoming of beperking van
overlast en dergelijke. In het eerste lid, aanhef en onder b is het bevoegd bestuursorgaan een
expliciete sluitingsbevoegdheid gegeven. De sluitingsbevoegdheid kan bijvoorbeeld worden toegepast
in gevallen waarin openbare inrichtingen het decor vormen voor allerlei vormen van criminaliteit
die strafbaar zijn gesteld in het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet en de Wet wapens
en munitie. Het naar aanleiding daarvan toepassen van de sluitingsbevoegdheid als hier bedoeld,
is niet in strijd met deze formeel-wettelijke regelingen omdat daaraan een afwijkend oogmerk ten
grondslag ligt. Voor toepassing van de sluitingsbevoegdheid is wel vereist, dat de hier bedoelde
overtredingen een meer dan incidenteel karakter hebben.