**1.** Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor:
a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24 en 2:25;
b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.
**2.** Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt tevens niet voor voorwerpen of stoffen
waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
**3.** Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provincieaal
wegenreglement.
**4.** De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a van het vorige artikel geldt niet voor zover in
het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
**5.** De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b van het vorige artikel geldt niet voor bouwwerken;
**6.** De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c van het vorige artikel geldt niet voor zover in
het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Toelichting bij artikel 2:10B
Als een evenement wordt gehouden, waarvoor vergunning is verleend op basis van artikel 2:25
dan hoeft geen vergunning te worden verleend op basis van artikel 2:10. Deze bepaling voorkomt
een samenloop van beide vergunningen. In de voorschriften bij een vergunning voor een evenement
kan immers ook de verkeersveiligheid worden gewaarborgd. Voor standplaatsen geldt hetzelfde
als waarop artikel 5:18 van toepassing is.
Het verbod van artikel 2:10 is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens
worden geopenbaard. Een vergunningsstelsel voor zulke uitingen zou in strijd zijn met artikel 7
van de Grondwet (vrijheid van meningsuiting). Het is daarentegen wel verboden om uitingen te
doen als daardoor het verkeer wordt gehinderd of in gevaar gebracht of wanneer het doelmatig
onderhoud en beheer van de weg wordt belemmerd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10B
Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Nunspeet 2010