In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een
ander tegen vergoeding;
b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met
een ander tegen vergoeding;
c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen
van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval
verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf
waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie
met elkaar;
d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig
of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan
in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen
van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;
f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een
seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging
van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent,
dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;
h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:
- de exploitant;
- de beheerder;
- de prostituee;
- het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
- toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening;
- andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen
noodzakelijk is.
Toelichting op artikel 3:1
De omschrijving van het begrip ‘prostitutie’ en ‘prostituee’ is afgeleid van de definitie in artikel
250a, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht. De term ‘besloten ruimte’ van lid a omvat meer
dan het begrip ‘gebouw’: daaronder wordt ook begrepen een vaar- of een voertuig. Een
escortbedrijf is geen inrichting. Het kan een kantoortje zijn, maar ook een telefooncentrale of zelfs
een website op internet. De plaats van de bedrijfsruimte bepaalt de vergunningplicht. Een
escortbedrijf biedt de services actief aan door advertenties en andere reclame-uitingen.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 1
Artikel 3:1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Nunspeet 2010