Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2012 gemeente Midden-Delfland

Lid 1 De belanghebbende is verplicht het college de noodzakelijke informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor het vaststellen van het recht op bijstand en ook voor het vaststellen van de hoogte van de bijstand. Indien bijstand wordt verstrekt aan een gezin, telt deze verplichting voor alle gezinsleden. Indien belanghebbende de voor de verlening van de bijstand van belang zijnde gegevens of gevorderde bewijsstukken niet op tijd verstrekt en de feiten en omstandigheden niet kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens dan wel kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties, kan - voor zover van toepassing - het recht op bijstand worden opgeschort (artikel 54, lid 1 WWB). Vervolgens wordt belanghebbende alsnog in de gelegenheid gesteld om de gegevens en/of de bewijsstukken binnen een door het college gestelde termijn te herstellen (de hersteltermijn). Als de gevraagde informatie niet binnen deze hersteltermijn wordt verstrekt, wordt de bijstand stopgezet (het intrekken van het besluit tot toekenning van de bijstand). Als de gevraagde gegevens wel binnen de hersteltermijn worden verstrekt, wordt de bijstand voortgezet waarbij een maatregel wordt opgelegd. Lid 2 Het uitgangspunt is dat verwijtbaar gedrag in beginsel leidt tot het opleggen van een maatregel. Aangezien aan de gedraging als bedoeld in dit artikel geen of weinig directe gevolgen zijn verbonden, wordt met deze bepaling geregeld dat bij een dergelijke eerste verwijtbare gedraging met een schriftelijke waarschuwing kan worden volstaan. Het geven van een schriftelijke waarschuwing is een bevoegdheid. Indien belanghebbende willens en wetens de informatie niet tijdig verstrekt, kan er direct een maatregel als bedoeld in lid 1 worden opgelegd. Een schriftelijke waarschuwing is ook een maatregel. Dat wil zeggen dat bij herhaling in principe een maatregel wordt opgelegd met toepassing van de recidiveregels. Lid 3 Bij herhaling van het feit binnen twee jaar wordt de duur van de maatregel verdubbeld. Lid 4 Indien belanghebbende na een tweede verwijtbare gedraging wederom niet tijdig informatie verstrekt, wordt vanwege zware verwijtbaarheid tevens de hoogte van het percentage verdubbeld. Als belanghebbende ook na een derde maatregel blijft volharden in zijn gedrag, dient de hoogte en de duur van de maatregel individueel te worden vastgesteld, waarbij gekeken zal moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van belanghebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel