Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2012 gemeente Midden-Delfland

Wanneer de belanghebbende niet of niet tijdig voldoet aan zijn inlichtingenplicht en als gevolg hiervan teveel of ten onrechte bijstand is verstrekt, wordt op grond van dit artikel een maatregel toegepast. De ernst van de gedraging komt tot uitdrukking in het benadelingsbedrag (de door de gemeente te veel betaalde uitkering inclusief de afgedragen belastingen en premies). Hoe hoger het benadelingsbedrag des te hoger is de maatregel. De maatregel voor het niet voldoende nakomen van de inlichtingenplicht wordt vastgesteld op 10% van de hoogte van het benadelingsbedrag. De maatregel kent een minimumbedrag van € 50,- en een maximumbedrag van € 2.269,-. Tweede lid Het college legt deze maatregel op wanneer zij op grond van artikel 54, lid 3 WWB het recht op bijstand herziet. Kan dit niet, bijvoorbeeld omdat het recht op bijstand over de betreffende periode in zijn geheel wordt teruggevorderd, dan kan de maatregel in de toekomst worden opgelegd. Behalve de maatregel zal ook het teveel ontvangen bedrag van de belanghebbende worden gevorderd, waardoor deze een schuld heeft bij de gemeente. Bij het betalen van een schuld aan de gemeente, of dat nu is vanwege teveel ontvangen uitkering of een opgelegde maatregel (of beiden) dan houdt het college rekening met het bepaalde in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Daarin staat dat iedereen bij het terugbetalen van een schuld ten minste 90% van de voor de hem of haar geldende bijstandsnorm moet overhouden om van te kunnen leven (de zogenaamde ‘beslagvrije voet’) Derde lid Wanneer de belanghebbende binnen twee jaar wederom niet of niet tijdig aan zijn inlichtingenplicht voldoet en hierdoor opnieuw te veel bijstand wordt verstrekt, dan wordt de op te leggen maatregel verhoogd met 50%. De minimale hoogte van de maatregel is dan € 75,-. De maatregel mag echter niet meer dan 50% van het benadelingsbedrag bedragen. Met een maatregel wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien om dringende redenen. Vierde en vijfde lid Het college moet, wanneer door het niet nakomen van de inlichtingenplicht een benadelingsbedrag ontstaat dat hoger is dan € 10.000,- (de aangifterichtlijn sociale zekerheid), een proces-verbaal laten opmaken en aangifte doen bij het Openbaar Ministerie (hierna: OM). Dit geldt ook wanneer het de tweede keer is dat de gemeente meent dat er sprake is van fraude. Is het de eerste keer dat er sprake is van het niet of niet tijdig voldoen aan de inlichtingenplicht en is het benadelingsbedrag lager dan € 10.000,- wordt een maatregel toegepast. Het college legt geen maatregel op wanneer er aangifte is gedaan en wanneer de belanghebbende daadwerkelijk wordt vervolgd. Indien het OM besluit de fraudezaak te seponeren (de belanghebbende niet te vervolgen), dan kan het college alsnog een maatregel opleggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel