Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2012 gemeente Midden-Delfland

Het zich zeer ernstig misdragen valt expliciet onder de reikwijdte van artikel 18, lid 2 WWB. Het college verstaat onder ‘zeer ernstige gedragingen’ diverse soorten agressief gedrag. Het moet hierbij gaan om verwijtbaar gedrag of opzet en ook van gedrag dat normaal gesproken als onacceptabel wordt gezien. Het college kan een maatregel opleggen als er een verband bestaat tussen de ernstige gedraging en eventuele belemmering bij de uitvoer van de WWB. In artikel 18, lid 2 WWB staat het ‘jegens het college zeer ernstig misdragen’. Dit betekent dat alleen (zeer) agressief gedrag tegenover medewerkers van de gemeente aanleiding kan zijn tot het opleggen van een maatregel. Er kan op grond van dit artikel dus geen maatregel worden toegepast wanneer de belanghebbende zich ernstig misdraagt jegens een medewerker van een andere organisatie die in opdracht van het college bezig is met de uitvoering van de WWB, zoals bijvoorbeeld een medewerker van een re-integratiebureau. In dergelijke gevallen kan het college een maatregel toepassen op grond van artikel 10, lid 3 van deze verordening (het onvoldoende meewerken aan een traject gericht op arbeidsinschakeling). Alvorens een maatregel toe te passen, dient de gedraging te worden getoetst aan de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende of het gezin. Als het gaat om het vaststellen van de ernst van het gedrag, zijn er verschillende soorten agressief gedrag, oplopend in ernst: Verbaal geweld; Discriminatie; Intimidatie (uitoefenen van psychische druk, dreigen); Zaakgericht fysiek geweld (vernielingen, kapot maken van spullen); Mensgericht fysiek geweld (slaan, schoppen); Combinatie van dergelijke geweldssoorten. Om te zien hoe verwijtbaar de gedraging is, worden de omstandigheden op het moment van het gedrag beoordeeld. Hierin is het van belang onderscheid te maken tussen instrumenteel geweld en frustratiegeweld. Wanneer de belanghebbende het geweld/de gedraging met opzet inzet om een bepaald doel te bereiken, is er sprake van instrumenteel geweld. Frustratieagressie is geweld dat wordt gebruikt door onmacht, ontevredenheid, onduidelijkheid en dergelijke. De mate van verwijtbaarheid bij instrumenteel geweld is groter dan bij frustratiegeweld. Het opleggen van een maatregel staat los van het doen van aangifte bij de politie. Het college legt de maatregel op. De medewerker tegen wie het geweld zich richtte, is vrij hiervan aangifte te doen bij de politie. Het opleggen van een maatregel kan in deze situaties samengaan met het opleggen van een (tijdelijk) gebouwverbod.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel