Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het bepaalde in deze verordening.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het door burgemeester en wethouders te nemen besluit in het kader van de Wmo, voor zover het individuele aanspraken op een voorziening betreft:
* volgens de Wmo;
* volgens de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning;
* volgens de beleidsregels en uitvoeringsvoorschriften,
te mandateren aan de directeur Samenleving, zulks onder nader door burgemeester en wethouders te stellen regels met betrekking tot de verantwoording van de mandatering. Voorts zijn burgemeester en wethouders bevoegd ondermandaat te verlenen.
3.De onder het tweede lid genoemde mandaatregeling geldt niet voor:
* het vaststellen van algemene richtlijnen voor de uitvoering van Wmo;
* het vaststellen van beleidsverslagen en beleidsplannen;
* het nemen van besluiten op bezwaarschriften;
* het instellen van beroep.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van beheersbesluiten inzake de verstrekking van individuele voorzieningen, evenals het nemen van besluiten met betrekking tot de inrichting van de administratieve organisatie, te mandateren aan de directeur Samenleving, zulks onder nader door burgemeester en wethouders te stellen regels met betrekking tot de verantwoording van de mandatering. Voorts zijn burgemeester en wethouders bevoegd ondermandaat te verlenen.
De onder 2. en 4. genoemde regeling geldt evenzeer voor de uitvoering van de producten en processen, vermeld in het jaarlijks vast te stellen Sectorplan Samenleving, voor zover zij geen betrekking hebben op de uitvoering van de Wmo, maar op andere wettelijke regelingen.
Hoofdstuk 8.
Artikel 54.
Uitvoering en mandatering
Onderdeel van voorzieningen maatschappelijke ondersteuning