**1..** De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 36, onder c sub 2 t/m sub 5 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, is een forfaitaire (of gemaximeerde) vergoeding. Voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de volgende normbedragen:
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto geldt een normbedrag van € 835,- per kalenderjaar;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een bruikleenauto geldt een normbedrag van € 587,- per kalenderjaar;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi geldt een normbedrag van € 1.164,- per kalenderjaar;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het alleengebruik (volledig leefvervoer) van een taxi geldt een normbedrag van € 1.626,- per kalenderjaar;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 1.962,- per kalenderjaar;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het alleengebruik (volledig leefvervoer) van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 2.648,- per kalenderjaar.
**2..** Indien de gehandicapte tevens in het bezit is van een in het kader van de Wvg of Wmo verstrekte scootmobiel worden de in artikel 9 lid 1 genoemde tegemoetkomingen verlaagd met een percentage van 25.
**3..** Degenen die per 31 december 2010 een autokostenvergoeding ontvangen komen bij ongewijzigde omstandigheden in aanmerking voor een overgangsregeling gedurende drie jaar, inwerkingtreding 1 januari 2011. De toegekende autokostenvergoeding wordt jaarlijks met 33,3% verminderd. Jaarlijks wordt ter vervanging van de verlaagde auto-kostenvergoeding tevens de aanspraak op een taxikostenvergoeding toegekend (2011: 33,3%, 2012 66,6% en 2013: 100%).