De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk
wordt geweigerd indien:
de ondervonden belemmeringen voortvloeien uit de
aard van de in de woonruimte gebruikte materialen of
de slechte staat van onderhoud van de
woonruimte;
de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of
haar beperkingen op dat moment beschikbare meest
geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren
schriftelijk toestemming is verleend door het
college;
een persoon met beperkingen zijn huidige woonruimte
zonder recht of titel bewoont.
De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in
artikel 11, onder b en c wordtgeweigerd indien de
noodzaak tot het treffen van deze woonvoorziening
het gevolg is van een verhuizing, waartoe op grond
van belemmeringen bij het normale gebruik van de
woning ten gevolge van ziekte of gebrek, geen
aanleiding bestond en er geen andere belangrijke
reden aanwezig was;
Het gestelde in het eerste lid is niet van
toepassing indien de verhuizing plaatsvindt als
gevolg van het aanvaarden van een werkkring in een
andere gemeente, alsmede ten gevolge van gewijzigde
omstandigheden zoals een verslechtering van de
lichamelijke toestand van deze persoon.
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 3
Artikel 15.
Beperking op het recht op een woonvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenwijkerland 2012