**1..** Een persoon met beperkingen komt voor een voorziening als bedoeld in
artikel 29, met uitzondering van een open elektrische buitenwagen
zoals bedoeld in artikel 30 lid 1 onder b (scootmobiel), in
aanmerking, indien deze persoon ten gevolge van ziekte of gebrek
aantoonbare beperkingen van langdurige aard heeft, waardoor hij in
redelijkheid niet in staat is zelfstandig een afstand van meer dan
800 meter binnen een redelijke tijd te overbruggen of geen gebruik
kan maken van het reguliere openbaar vervoer, niet zijnde deur tot
deur vervoer.
**1a..** De voorziening in de vorm van een open elektrische buitenwagen
(scootmobiel) zoals bedoeld in artikel 30 lid 1 onder b, kan worden
verleend indien de aanvrager niet in staat is zich geheel
zelfstandig en in eigen tempo over een afstand van 300 meter te
verplaatsen.
**2..** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de
vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie
uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe
woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij
zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een
bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager zelf
bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de aanvrager
noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.
**3..** De hoogte van de voorziening als bedoeld in artikel 30, lid 2, onder
a, b, c en d wordt vastgesteld aan de hand van de individuele
vervoersbehoefte van deze persoon, voor zover de kosten hiervan
beneden een door het college van burgemeester en wethouders vast te
stellen maximumbedrag per jaar blijven.
**4..** Ten einde de individuele vervoersbehoefte te bepalen dient de
persoon met beperkingen, per kwartaal aan het college van
burgemeester en wethouders een opgave te verstrekken van het aantal
door hem/haar afgelegde kilometers en/of betalingsbewijzen over te
leggen van de gemaakte vervoerskosten met het collectief
vraagafhankelijk vervoer en/of taxi.
**5..** Indien echtgenoten of daarmee gelijk te stellen samenwonende
personen beiden in aanmerking komen voor een financiële
tegemoetkoming, wordt de maximale financiële tegemoetkoming voor
ieder vastgesteld op 75% van het maximumbedrag per jaar van een
enkele tegemoetkoming.
**6..** Burgemeester en wethouders kunnen de gemaximeerde financiële
tegemoetkoming in de vervoerskosten voor personen in een
verzorgingshuis of gelijkwaardige huisvesting lager
vaststellen.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen de gemaximeerde financiële
tegemoetkoming in de vervoerskosten bij gebruik van een scootmobiel,
driewielfiets of andere vervoersvoorziening lager vaststellen.
**8..** Burgemeester en wethouders kunnen de gemaximeerde financiële
tegemoetkoming in de vervoerskosten ten behoeve van personen jonger
dan twaalf jaar lager vaststellen.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 31.
Het recht op een vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenwijkerland 2012