Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wwb, de Ioaw, de Ioaz, de Wi, de WIJ, de Wet participatiebudget en de Algemene wet bestuursrecht;
In deze verordening wordt verstaan onder:
Wwb:
Wet werk en bijstand;
Ioaw:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
Ioaz:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
WIJ:
Wet investeren in jongeren;
Wi:
Wet inburgering;
Wsw:
Wet sociale werkvoorziening;
WW:
Werkloosheidswet;
participatie:
het deelnemen aan de samenleving door middel van werk of, indien zulks niet mogelijk is, door middel van vrijwilligerswerk, mantelzorg of andere maatschappelijk nuttige activiteiten;
arbeidsinschakeling:
het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening;
algemeen geaccepteerde arbeid:
alle arbeid, niet zijnde arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare orde of goede zeden;
voorziening:
een voorziening die het college beschikbaar stelt voor het bieden van ondersteuning als bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de Wwb, artikel 34 eerste lid onder a van de Ioaw en de Ioaz en artikel 5 van de WIJ;
re-integratietraject:
een traject bestaande uit een of meer voorzieningen, met een bepaalde tijdsduur, dat voorziet in het toeleiden van de belanghebbende naar algemeen geaccepteerde arbeid;
trajectplan:
de beschikking of de schriftelijke overeenkomst tussen het college en de belanghebbende waarin bij aanvang van het traject de wederzijdse rechten en verplichtingen staan aangegeven;
traject:
een met belanghebbende overeengekomen, dan wel door het college aan hem opgelegd geheel aan activiteiten en/of voorzieningen gericht op het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, maatschappelijke participatie, zorg, inburgering of een combinatie hiervan;
sociale activering:
het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten ter voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling;
belanghebbende:
de inwoner van de gemeente Putten, als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de Wwb, die jonger is dan 65 jaar en die:
een uitkeringsgerechtigde is;
een persoon is die een uitkering ontvangt op grond van de Anw;
een niet-uitkeringsgerechtigde is;
een persoon is als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de Wwb;
uitkeringsgerechtigde:
degene die een periodieke uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de Wwb, de Ioaw of de Ioaz;
niet uitkeringsgerechtigde:
een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a van de Wwb, waarbij de inschrijvingseis niet van toepassing is op jongeren bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wet participatiebudget;
direct bemiddelbaren:
de uitkeringsgerechtigde die naar het oordeel van het college in staat wordt geacht om zonder een re-integratietraject uit te stromen naar arbeid waardoor de uitkeringsafhankelijkheid wordt opgeheven;
jongere:
de jongere, als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de WIJ die recht kan doen gelden op een werkleeraanbod met toepassing van artikel 13 van de WIJ;
werkleeraanbod:
het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen scholing, opleiding of sociale activering alsmede ondersteuning bij arbeidsinschakeling;
startkwalificatie:
een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
inburgeringsplicht:
de verplichting als bedoeld in artikel 7 van de Wi;
inburgeringsplichtige:
de persoon die op grond van artikel 3 lid 1 van de Wi inburgeringsplichtig is;
vrijwillige inburgeraar:
de persoon zoals omschreven in artikel 1, onder h van de Regeling vrijwillige inburgering niet-G31 2007 die:
ouder is dan 15 jaar;
minder dan acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven;
niet beschikt over een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diploma, certificaat of ander document;
niet leerplichtig of kwalificatieplichtig is, dan wel een opleiding volgt waarvan de afronding leidt tot uitreiking van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diploma, certificaat of ander document;
inburgeringsvoorziening:
voorziening als bedoeld in artikel 19, tweede lid van de Wi, die gericht is op het behalen van het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II;
taalkennisvoorziening:
voorziening als bedoeld in artikel 19, tweede lid van de Wi, die gericht is op het verwerven van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een MBO opleiding op niveau 1 of 2;
oudkomer:
de vreemdeling die sedert het tijdstip van inwerkingtreding van de Wi rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000 en die op grond van de artikelen 3 en 5 van de Wi inburgeringsplichtig wordt, voor zover die vreemdeling op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet geen nieuwkomer was in de zin van de Wi;
college:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Verordening participatiebudget gemeente Putten