Het college kan aan uitkeringsgerechtigden met behoud van uitkering additionele werkzaamheden aanbieden voor de duur van maximaal twee jaar, gericht op arbeidsinschakeling.
Voor de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, worden werkzaamheden, verricht in het kader van een andere voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wwb, voor maximaal zes maanden buiten beschouwing gelaten indien er naar het oordeel van het college een reëel uitzicht is op een dienst-betrekking bij degene bij wie de werkzaamheden worden verricht van dezelfde of grotere omvang die aanvangt tijdens of aansluitend op die zes maanden.
Voor de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, worden werkzaamheden verricht voor 1 januari 2007 buiten beschouwing gelaten.
Met betrekking tot degene die op grond van het eerste lid additionele werkzaamheden verricht, beoordeelt het college uiterlijk 3 maanden voorafloop van de termijn van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, of, met het oog op de arbeidsinschakeling, een andere voorziening op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wwb, meer adequaat is. Indien dat niet het geval is, kan het college de termijn van twee jaar verlengen met een jaar,onder de voorwaarde dat de belanghebbende in het derde jaar in een andere omgeving andere additionele werkzaamheden verricht dan die hij in de eerste twee jaar heeft verricht.
Indien de termijn van twee jaar is verlengd op grond van het vierde lid, beoordeelt het college uiterlijk 3 maanden voor afloop van het derde jaar of, met het oog op de arbeidsinschakeling, een andere voorziening op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wwb, meer adequaat is. Indien dat niet het geval is, kan het college de termijn nogmaals verlengen met een jaar.
Voor zover de uitkeringsgerechtigde niet beschikt over een startkwalificatie biedt het bestuur de uitkeringsgerechtigde na een periode van zes maanden na aanvang van die werkzaamheden scholing of opleiding aan die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van het bestuur een dergelijke scholing of opleiding de krachten en bekwaamheden van de uitkeringsgerechtigde te boven gaat.
De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst.
Een werknemer wordt alleen geplaatst indien door zijn plaatsing de concurrentie verhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt.
Het college kan een organisatie aanwijzen die in opdracht van, of namens de gemeente het werkgeverschap voor de banen, bedoeld in het eerste lid, uitvoert.
Met de organisatie, als bedoeld in lid 7, of met het re-integratiebedrijf worden in ieder geval schriftelijke afspraken gemaakt over de van toepassing zijnde rechtspositie.