**1..** Het college legt aan de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete op. De boete bedraagt:
€ 250,-- indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de Wi.
€ 500,-- indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgerings-voorziening of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wi of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29 van deze verordening.
€ 500,-- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de Wi bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de Wi verlengde termijn het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald.
€ 1.000,-- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de Wi vastgestelde termijn het inburgerings-examen heeft behaald.
**2..** Het college legt geen bestuurlijke boete op indien voor dezelfde gedraging de bijstand of de inkomensvoorziening kan worden verlaagd op grond van de Wwb dan wel de WIJ of indien voor dezelfde gedraging een boete of maatregel kan of moet worden opgelegd op grond van één van de in artikel 4.23 Besluit inburgering aangewezen socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen.
Hoofdstuk 4
Artikel 33
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening participatiebudget gemeente Putten