Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Verplichtingen van belanghebbenden

Onderdeel van Verordening participatiebudget gemeente Putten

Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Wwb, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. Tot deze verplichtingen behoren: het verstrekken van inlichtingen volgens artikel 17 van de Wwb, dan wel artikel 13 van de Ioaw of de Ioaz, die nodig zijn voor het bepalen van een geschikt re-integratietraject en/of een geschikte voorziening; het meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden van arbeids-inschakeling, ook volgens artikel 55 van de Wwb; het ondertekenen van een trajectplan; het naar vermogen uitvoering geven aan de verschillende onderdelen van de voorziening en het re-integratietraject; het zich onthouden van gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren; het naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, deze te aanvaarden en te behouden. Indien de schuldensituatie van een persoon als bedoeld in het tweede lid naar het oordeel van het college de arbeidsinschakeling of de ondersteuning belemmert, kan deze worden verplicht mee te werken aan een door het college aangeboden schuldhulpverleningstraject of -voorziening. Indien het voor de deelname aan een voorziening naar het oordeel van het college noodzakelijk is dat de persoon als bedoeld in het tweede lid diens kinderen laat opvangen, kan deze worden verplicht passende kinderopvang te regelen, dan wel gebruik te maken van een door het college aangeboden kinderopvangvoorziening. Indien een persoon zijn verplichtingen zoals bedoeld in het tweede lid niet of niet behoorlijk nakomt, kan het college beslissen dat zijn aanspraak op iedere voorziening vervalt. Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand. Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Rechtspraak bij dit artikel