Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › § 7

Artikel 36

Overgangsbepaling

Onderdeel van Afvalstoffenverordening van de gemeente Rucphen

1.. Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de voorschriften genoemd in artikel 35 blijven - indien en voorzover het gebod of het verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - nog gedurende 1 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 2.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de voorschriften bedoeld in artikel 35 blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – van kracht tot de tijd waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 3.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de voorschriften bedoeld in artikel 35 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. 4.. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 35 is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de voorschriften bedoeld in artikel 35. 5.. In afwijking van het eerste lid, blijft een vergunning of ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend. 6.. Gebod- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de bepalingen als bedoeld in artikel 35 zijn niet van toepassing: gedurende 6 weken na het in werking treden van deze verordening; ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist. 7.. De intrekking van de voorschriften bedoeld in artikel 35 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die bepalingen genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel