Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Geen verlaging bij verzorgingsbehoeftigheid

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorzieningen Zaanstad 2011

1.. In afwijking van het bepaalde in de Verordening toeslagen en verlagingen 2006 en de Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren Zaanstad 2009 wordt geen verlaging op de uitkering WWB en de inkomensvoorziening WIJ toegepast wegens medebewoning, als er sprake is van verzorgingsbehoeftigheid. 2.. Het vorige lid geldt zowel voor de hulpvrager als de hulpverlener. 3.. Voor de beoordeling of sprake is van een situatie van hulpbehoevendheid moet worden nagegaan of de betreffende persoon in een inrichting ter verpleging of verzorging moet worden opgenomen als hij niet thuis zou worden verzorgd. 4.. Er is sprake van verzorgingsbehoeftigheid, als voldaan wordt aan een van volgende criteria: indicatiestelling voor de functies verblijf en behandeling binnen de AWBZ; hulpverlening door wijkverpleging; zorgovereenkomst / persoonsgebonden budget (PGB) in het kader van de AWBZ; voortdurend toezicht van verzorgende of dagelijks intensieve zorg. 5.. Situaties, waarin thuiszorg het alternatief is voor intensieve ambulante zorg of dagverpleging in een verpleeginrichting, worden gelijkgesteld met hulpbehoevendheid. Bij de hiervoor aangeduide situatie valt te denken aan personen met een indicatie voor opname in een bejaardenhuis; lichamelijk gehandicapte personen (bijvoorbeeld die aangewezen zijn op rolstoelgebruik) of verstandelijk gehandicapten. 6.. Bij twijfel aan (de mate van) de hulpbehoevendheid - voor zover het de medische kant betreft - wordt een medisch advies gevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel