Beleidsregels leggen een door het bestuursorgaan zelf te voeren
beleid vast en binden daarmee "in beginsel" het bestuur. Die binding
berust op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Deze
beginselen verzetten zich er enerzijds tegen dat het bestuursorgaan
van die regels afwijkt, maar verlangen anderzijds dat iedere
beslissing van het bestuur op zichzelf niet met die beginselen
strijdt. Dit betekent dat het bevoegd gezag bij de toepassing van
hun welstandsbeleid moeten handelen in overeenstemming met de
beleidsregels die in de welstandsnota zijn neergelegd, tenzij in een
bijzonder geval de beginselen van behoorlijk bestuur dwingen tot een
afwijking daarvan. Op haar beurt betekent dit voor de
welstandscommissie dat zij moet adviseren conform de criteria, maar
kan adviseren dat het bevoegd gezag van de "inherente
afwijkingsbevoegdheid" gebruik maakt.