Hoewel de Woningwet vraagt om zo concreet mogelijke criteria zal het
duidelijk zijn dat 'recepten' voor goede architectuur niet gegeven
kunnen worden. Bij de zogenaamde kleine bouw kunnen de grenzen van
wat niet in strijd met redelijke eisen wordt geacht redelijk scherp
worden getrokken. Dit kan veelal door een gemandateerd ambtenaar
worden afgehandeld. Naarmate de complexiteit en de omvang van de
bouwopgave toeneemt zullen de criteria minder letterlijk worden en
wordt inschakeling van de welstandscommissie meer noodzakelijk. Dat
geeft weliswaar minder zekerheid en duidelijkheid maar het vergroot
tegelijkertijd de vrijheid voor vernieuwing en oorspronkelijkheid in
het architectonisch ontwerp. In sommige gevallen zal zelfs
teruggegrepen moeten worden op algemene criteria die aan ieder
welstandsadvies ten grondslag liggen. Dat is bijvoorbeeld het geval
als de indiener van een bouwplan beslist zijn eigen weg wil volgen
en het bevoegd gezag daaraan mee wil werken. Ook wanneer de
'objectcriteria' of de gebiedscriteria ontoereikend blijken zal de
welstandscommissie op de algemene criteria steunen in haar
advies.