Naar hoofdinhoud

Deel A › Hoofdstuk 4

Artikel 4.4.1.

Polderlandschap

Onderdeel van Welstandsnota

Het polderlandschap bevindt zich in het noorden van de Gelderse Vallei, binnen de gemeenten Bunschoten, Nijkerk en Putten. Landschapspatroon Het polderlandschap is een grootschalig en zeer open landschap met weinig bebouwing. Het uiterlijk van de polder is door de eeuwen heen grotendeels gelijk gebleven. Na de ontginning van de veenwildernis werd ieder perceel aan beide zijden ontwaterd door sloten. Voortdurende afwatering leidde echter tot een daling van het maaiveld, waardoor de boeren genoodzaakt waren om gezamenlijk een oplossing te bedenken. Vanaf de zestiende eeuw werd de afwatering grootschalig aangepakt met de aanleg van een wetering en/of sluis. Zo ontstonden de eerste polders. Sloten en wegen zijn structuurbepalend in het landschap. De grond wordt vooral gebruikt als grasland met schaars verspreide bebouwing en beplanting langs de wegen. Plaatje: Kenmerken Polderlandschap Plaatje: Voorbeeld bebouwingscomplexen in het polderlandschap De openheid van de (Eem-)polders is ontstaan als gevolg van een eeuwenlange wisselwerking tussen de natuurlijke omstandigheden en het occupatiepatroon. Het drassige gebied werd vanaf de randen ontgonnen. De polders hebben nu vaak nog een agrarische functie. De boerderijen in het polderlandschap hebben over het algemeen een geordende opzet, binnen het landschappelijke patroon. Dat geldt zeker voor de boerderijen van een meer recente datum. De situering is op enige afstand tot de weg, met de woning wat vooruitgeschoven ten opzichte van de bedrijfsgebouwen. Erfbeplanting vormt veelal een samenhangend patroon waarin de bebouwing is opgenomen. Veranderingen in de tijd Het polderlandschap is in de loop der tijd weinig veranderd: de ontgonnen structuur is behouden gebleven. De toevoeging betreft bebouwing langs de hoofdwegen. Plaatje: Historische ontwikkeling

Rechtspraak bij dit artikel