Het polderlandschap bevindt zich in het noorden van de Gelderse
Vallei, binnen de gemeenten Bunschoten, Nijkerk en Putten.
Landschapspatroon
Het polderlandschap is een grootschalig en zeer open landschap met
weinig bebouwing. Het uiterlijk van de polder is door de eeuwen heen
grotendeels gelijk gebleven. Na de ontginning van de veenwildernis
werd ieder perceel aan beide zijden ontwaterd door sloten.
Voortdurende afwatering leidde echter tot een daling van het
maaiveld, waardoor de boeren genoodzaakt waren om gezamenlijk een
oplossing te bedenken. Vanaf de zestiende eeuw werd de afwatering
grootschalig aangepakt met de aanleg van een wetering en/of sluis.
Zo ontstonden de eerste polders. Sloten en wegen zijn
structuurbepalend in het landschap. De grond wordt vooral gebruikt
als grasland met schaars verspreide bebouwing en beplanting langs de
wegen.
Plaatje: Kenmerken Polderlandschap
Plaatje: Voorbeeld bebouwingscomplexen in het polderlandschap
De openheid van de (Eem-)polders is ontstaan als gevolg van een
eeuwenlange wisselwerking tussen de natuurlijke omstandigheden en
het occupatiepatroon. Het drassige gebied werd vanaf de randen
ontgonnen. De polders hebben nu vaak nog een agrarische functie.
De boerderijen in het polderlandschap hebben over het algemeen een
geordende opzet, binnen het landschappelijke patroon. Dat geldt
zeker voor de boerderijen van een meer recente datum. De situering
is op enige afstand tot de weg, met de woning wat vooruitgeschoven
ten opzichte van de bedrijfsgebouwen. Erfbeplanting vormt veelal een
samenhangend patroon waarin de bebouwing is opgenomen.
Veranderingen in de tijd
Het polderlandschap is in de loop der tijd weinig veranderd: de
ontgonnen structuur is behouden gebleven. De toevoeging betreft
bebouwing langs de hoofdwegen.
Plaatje: Historische ontwikkeling