Naar hoofdinhoud
De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één ander zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. Geen toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet, wordt verleend voor de jongere in wiens woning meer dan één ander zijn hoofdverblijf heeft. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: inwonende van 18 jaar of ouder jaar die kan beschikken over een inkomen dat lager is dan tweemaal het bedrag als bedoeld in artikel 30, tweede lid, van de Wet; meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel