In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Awb:
Algemene wet bestuursrecht, zoals opgenomen in het Staatsblad nr.1 van 1998 en alle daaropvolgende wijzigingen en aanvullingen.
b. College:
Het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland.
c. Welzijn:
Het bevorderen van het welbevinden van mensen, door het vergroten van hun ontplooiingsmogelijkheden en hun zelfredzaamheid, alsmede hun deelname aan de samenleving te stimuleren mede om te voorkomen dat mensen in een achterstandspositie geraken.
d. Instelling:
Een rechtspersoon die, in principe zonder winst te willen maken, ideële of materiële belangen behartigt. Deze rechtspersoon is statutair gevestigd in Noord-Beveland of ontplooit, naar het oordeel van het college, aantoonbare activiteiten ten behoeve van inwoners van Noord-Beveland. Voor de toepassing van deze verordening wordt met een instelling gelijk gesteld een natuurlijk persoon of groep van personen, voor zover het college ontheffing heeft verleend van de verplichting tot het zijn van een rechtspersoon.
e. Vrijwilligers:
Personen, die in enig organisatorisch verband meewerken aan het welzijn van personen en groepen in de samenleving, zonder hiermee een substantiële bijdrage te verwerven in hun levensonderhoud.
f. Plaatselijke instellingen:
Organisaties, verenigingen e.d., welke statutair gevestigd zijn in en waarvan de leden c.q. gebruikers grotendeels woonachtig zijn in de gemeente Noord-Beveland.
g. Regionale instellingen:
Organisaties, verenigingen e.d. welke statutair gevestigd zijn in één van de Zeeuwse gemeenten.
h. Subsidie:
De aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
i. Jaarwerkprogramma:
Een door het bestuur van de instelling vastgesteld (jaar)plan of programma waarin de voor het betreffende subsidiejaar geplande activiteiten zijn opgenomen. Hierin wordt aangegeven waarom de geplande activiteiten zullen worden uitgevoerd, welke resultaten men wil bereiken voor welke doelgroepen en/of welk maatschappelijk effect of effect op de eigen organisatie men beoogt te bereiken.
j. Incidentele subsidie:
1. Eénmalige subsidie voor activiteiten en investeringen, welke slechts één keer per vijf jaren verleend kan worden.
2. Initiatiefsubsidie bestemd voor, bij voorkeur, nieuwe activiteiten ter stimulering of waardering van al dan niet spontaan voorgenomen initiatieven. Tevens bestemd voor herhaling van reeds bestaande initiatieven, welke geen deel uitmaken van een jaarvullend programma. Deze subsidie voor geïsoleerde initiatieven wordt hooguit eenmaal per kalenderjaar verstrekt
k. Structurele subsidie:
Een subsidie, dat voor meerdere jaren achtereen wordt verleend, ten behoeve van jaarlijks terugkerende activiteiten of het instandhouden van voorzieningen.
1. Waarderingssubsidie: een subsidie die verstrekt wordt als waardering voor het uitvoeren van activiteiten, ongeacht de feitelijke kosten. De hoogte van een waarderingssubsidie bedraagt maximaal € 2.500,= per jaar.
2. Exploitatiesubsidie: een subsidie ter dekking van het exploitatietekort bij het uitvoeren van activiteiten, zonder dat deze activiteiten naar aard en omvang beïnvloed worden. De hoogte van een exploitatiesubsidie bedraagt minimaal € 2.501,= en maximaal € 25.000,= per jaar.
3. Budgetsubsidie: een subsidie die verstrekt wordt ter uitvoering van activiteiten, waarbij meetbare producten, activiteiten en prestaties worden gekoppeld aan de te verstrekken subsidie. Er wordt door middel van een overeenkomst inhoudelijk gestuurd op prestaties en resultaat. De hoogte van een budgetsubsidie bedraagt minimaal € 25.001,= per jaar.
l. Subsidieverlening:
Een besluit van het college dat een subsidie tot een vastgesteld bedrag beschikbaar wordt gesteld, veelal onder een aantal voorschriften.
m. Subsidiebeschikking:
Een schriftelijk besluit tot subsidieverlening, waarin in ieder geval de maximale hoogte van de subsidie, een omschrijving van de uit te voeren activiteiten en eventuele andere dan uit deze verordening voortvloeiende voorwaarden worden vermeld.
n. Subsidievaststelling:
Een besluit tot het vaststellen van de definitieve hoogte van het subsidiebedrag. Met inachtneming van het verleend maximum bedrag wordt op basis van de verantwoording bepaald of het recht op het maximum subsidiebedrag daadwerkelijk bestaat.