**1..** Van de belasting zijn vrijgesteld de onroerende goederen:
uitsluitend bestemd voor de uitoefening van de openbare eredienst;
uitsluitend dienende als inrichting van onderwijs, voor zover een zodanige inrichting van overheidswege wordt gesubsidieerd of in stand gehouden;
waarvoor reeds hetzij krachtens de bepalingen van de bouwverordening hetzij op andere wijze dan door middel van een belastingverordening een bijdrage in de kosten van aanleg van de in artikel 1 genoemde rioleringen aan de gemeente is betaald;
welke krachtens een bestaande of te treffen gemeentelijke regeling, zoals:
het vestigen van een bouwverbod, het vaststellen van rooilijnen of een bestemmingsplan of dergelijke voorzieningen niet voor bebouwing in aanmerking kunnen komen, zolang deze onbebouwd zijn;
waarvan de gemeente of haar instellingen de genothebbenden zijn.
die zijn aan te merken als schuren en waarvan de oppervlakte kleiner is dan 200 m2 of als hooi- en stro-opslag.
**2..** De belasting wordt geheven te beginnen met het belastingjaar waarin een regeling als bedoeld onder sub d van het vorige lid wordt opgeheven; zij wordt niet meer geheven met ingang van het jaar volgend op dat, waarin een dergelijke regeling wordt getroffen.
Artikel 8.
Vrijstelling.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting voor de Oostdorperweg (ged.)