De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren met gebruikmaking van parkeerapparatuur, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting, indien het inwerking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door middel van het aanmelden bij de centrale computer, van het bedrijf waarmee Parkeerbeheer Bergen op Zoom BV een overeenkomst heeft gesloten, voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor de registratie van parkeervergunningen, betaald worden binnen één maand na de dag waarop het belastbare feit heeft plaatsgevonden.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, nota of andere schriftuur en moet worden betaald binnen een termijn van veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving, nota of andere schriftuur.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, voor het exclusieve gebruik van een voor een invalide gereserveerde parkeerplaats, moet worden betaald binnen een termijn van veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving, nota of ander schriftuur.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Voor zover voor het voldoen van parkeerbelasting een schriftelijk bewijs wordt afgegeven, wordt dit bewijs met de tijd- en/of datumaanduiding duidelijk leesbaar, direct achter de voorruit van het motorvoertuig zichtbaar aangebracht.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt.
De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 7
Wijze van heffing en termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen (1e wijziging)