De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
a. als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
b. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.
c. de vergunninghouder de nadere regels als bedoeld in artikel 9.3 niet naleeft;
d. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermd gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen;
e. niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de gemeentelijke adviescommissie gestuurd.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Bergeijk 2016