Van de belasting zijn vrijgesteld de onroerende goederen:
uitsluitend bestemd voor de uitoefening van de openbare eredienst;
uitsluitend dienende als inrichting van onderwijs, voor zover een zodanige inrichting van overheidswege wordt gesubsidieerd of in stand gehouden;
waarvoor reeds hetzij krachtens de bepalingen van de bouwverordening hetzij op andere wijze dan door middel van een belastingverordening een bijdrage in de kosten van aanleg van de in artikel 1 genoemde riolering aan de gemeente is betaald;
welke krachtens een bestaande of te treffen gemeentelijke regeling, zoals:
het vestigen van een bouwverbod, het vaststellen van rooilijnen of een bestemmingsplan of dergelijke voorzieningen niet voor bebouwing in aanmerking kunnen komen, zolang deze onbebouwd zijn;
waarvan de gemeente of haar instellingen de genothebbenden zijn.