Van de belasting zijn vrijgesteld de onroerende goederen:
uitsluitend bestemd voor de uitoefening van de openbare eredienst;
uitsluitend dienende als inrichting van onderwijs, voor zover een zodanig inrichting van overheidswege wordt gesubsidieerd of in stand gehouden;
waarvoor reeds hetzij krachtens de bepalingen van de bouwverordening hetzij op andere wijze dan door middel van een belastingverordening een bijdrage in de kosten van aanleg van de in artikel 1 genoemde rioleringen aan de gemeente is betaald;
welke krachtens een bestaande of te treffen gemeentelijke regeling, zoals: het vestigen van een bouwverbod, het vaststellen van rooilijnen of een bestemmingsplan of dergelijke voorzieningen niet voor bebouwing in aanmerking kunnen komen, zolang deze onbebouwd zijn;
waarvan de gemeente of haar instellingen de genothebbenden zijn.
De belasting wordt geheven, te beginnen met het belastingjaar waarin een bestaande regeling als onder d bedoeld wordt opgeheven. Zij wordt niet meer geheven met ingang van het jaar volgende op dat, waarin een dergelijke regeling wordt getroffen.
Artikel 8.
Vrijstelling
Onderdeel van Verordening baatbelasting Wittelaan, Laantje van Paridon en gedeelte Waalsdorperlaan