In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
de wet:
de Wet werk en bijstand (WWB) alsmede de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (Ioaz);
b.
gemeente:
de gemeente Wassenaar;
c.
college:
het college van burgemeester en wethouders;
d.
wethouder:
de wethouder van Sociale Zaken;
e.
afdeling:
de afdeling Primair Proces;
f.
cliënt:
de persoon die een periodieke of incidentele uitkering ingevolge de wet of de minimaregeling ontvangt en die behoort tot de personenkring als omschreven in artikel 7, eerste lid WWB;
g.
de doelgroep:
personen, wonende in de gemeente Wassenaar, die aanspraak maken op een uitkering, regeling of voorziening in het kader van de wet, of die op grond van hun inkomens- en vermogenspositie behoren tot de doelgroep van het gemeentelijk minimabeleid;
h.
cliëntenraad:
het adviesorgaan dat adviseert over onderwerpen met betrekking tot het minima-, inkomens- en re-integratiebeleid;
i.
minimabeleid:
het beleid ten aanzien van het samenstel van regelingen en voorzieningen binnen de wet die minima ondersteunen om rond te komen;
j.
inkomensbeleid:
het beleid ten aanzien van het verstrekken van uitkeringen, inclusief terugvordering, verhaal, handhaving en afstemming van de wet;
k.
re-integratiebeleid:
het beleid ten aanzien van uitstroom en activering van cliënten, inclusief premiebeleid en gesubsidieerd werk op grond van de wet;
l.
belangenorganisatie:
organisatie die zich belangeloos en aantoonbaar inzet voor de doelgroep.