Naar hoofdinhoud
1.. De cliëntenraad publiceert uiterlijk 1 maart van het lopend kalenderjaar een verslag over zijn activiteiten en brengt dit ter kennis aan de doelgroep, het college en het hoofd van de afdeling. 2.. In ieder geval één keer per jaar evalueert de cliëntenraad zijn functioneren. Aan de hand hiervan wordt bepaald in welke vorm continuering van de werkzaamheden zal plaatsvinden. 3.. Het lidmaatschap van de cliëntenraad is op geen enkele wijze van invloed op de behandeling van leden door medewerkers van de gemeente. 4.. Leden van de cliëntenraad zijn zelf verantwoordelijk voor de aangifte/opgave van de in artikel 8, lid 8, genoemde vergoeding bij de belastingdienst en/of uitkeringsinstantie. 5.. Ieder (nieuw) lid van de cliëntenraad neemt kennis van deze verordening en toelichting en ondertekent deze voor “gezien”. 6.. Eventuele geschillen worden voor advies voorgelegd aan het hoofd van de afdeling. 7.. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 8.. De “Verordening cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand” wordt met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken. 9.. Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening cliëntenraad Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel