Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a
vaartuigen:
alle soorten drijvende voorwerpen, welke wegens hun drijfvermogen gebezigd worden dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederen; onder vaartuigen worden mede begrepen vlotten, pontons en dokken;
b
lengte van een vaartuig:
de lengte over het gehele vaartuig, het roer en de boegspriet meegerekend;
c
breedte van het vaartuig:
het breedste gedeelte van het vaartuig;
d
oppervlakte van een vaartuig:
het produkt van de onder b en c bedoelde lengte en breedte, naar boven afgerond op hele vierkante meters;
e
jaar, maand:
kalenderjaar, kalendermaand;
f
week:
een aaneengesloten tijdvak van ten hoogste zeven dagen.