Naar hoofdinhoud
6.1. Na ontvangst van een burgerinitiatief bericht de voorzitter van de raad terstond schriftelijk de raad. 6.2. Op voorstel van de voorzitter van de raad beslist de raad in de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het burgerinitiatief over de geldigheid ervan, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag waarop het burgerinitiatief is ingediend en de dag van de vergadering waarin over het burgerinitiatief wordt beslist. 6.3. De termijn van twee weken is exclusief de perioden van reces, tenzij een dringende reden – ter beoordeling aan de raad – zich hier tegen verzet. 6.4. Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan de eisen zoals bedoeld in artikel 5 stelt de raad de indiener in staat om binnen drie weken de vastgestelde gebreken te herstellen. 6.5. De voorzitter van de raad informeert de indiener schriftelijk over het besluit van de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel