**1..** De bijstandsnorm kan lager worden vastgesteld indien de gehuwden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van de gehuwdennorm indien het betreft gehuwden die de kosten van de woning kunnen delen met een ander of die niet over een zelfstandige woning beschikken.
**3..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid blijft achterwege:
indien het betreft gehuwden in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
indien het betreft gehuwden die inwoning verschaffen aan een verzorgingsbehoeftige en deze verzorgen of verplegen;
indien het betreft gehuwden die uitsluitend inwoning hebben van een eigen kind of eigen kinderen tussen de 18 en 21 jaar;
indien het betreft gehuwden die uitsluitend inwoning hebben van een eigen kind (of eigen kinderen) die een toelage ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000;
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.
Verlaging van de norm gehuwden bij delen van kosten met een ander.
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen bijstandsnormen 2005