Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 6:

Bepalingen omtrent aanvraag en toekenning

Onderdeel van Deelverordening Amateurkunst Subsidies 2013-2014-2015

1.. De in hoofdstuk I genoemde instellingen dienen hun instandhoudingssubsidie elk jaar opnieuw aan te vragen. Daartoe wordt hen voor of uiterlijk op 1 januari het betreffende formulier door de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur toegezonden. Met dien verstande dat wanneer het bedoelde formulier om welke reden dan ook niet wordt ontvangen, de verenigingen desondanks gehouden zijn het formulier, verkrijgbaar bij de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur voor of uiterlijk 1 maart van het betreffende jaar bij de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur in te leveren. Met het aanvraagformulier voor instandhoudingssubsidie en jeugd(leden)subsidie moet ook de ledenlijst van de instelling, met als peildatum 1 januari van het betreffende jaar, worden meegezonden. De ledenlijst dient de NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en de geboortedata te bevatten. 2.. De instandhoudingssubsidie wordt binnen 13 weken na de sluitingsdatum als genoemd in lid 1 van dit artikel aan de betreffende instelling verleend. 3.. Indien aan het gestelde in lid 1 van dit artikel zonder overleg met de afdeling Realisatie, Team Stadskennis en Cultuur van de gemeente Leiden niet is voldaan, vervalt in het betreffende jaar het recht op instandhoudingssubsidie. 4.. De richtbedragen voor instandhoudingssubsidies voor de verschillende kunstcategorieën zijn als volgt: A. ORKESTEN: Een jaarlijkse bijdrage van € 987,= voor reguliere volwassenenorkesten, € 1.973,= voor jeugdorkesten en een percentage van € 987,=, berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar, voor projectorkesten. B. HARMONIE- EN FANFARE, BRASSBANDS EN SHOWKORPSEN Voor muziekverenigingen een jaarlijkse bijdrage van € 987,=, vermeerderd met een bijdrage van € 14,= per lid. Onder lid wordt verstaan een spelend lid en/of een lid van de bij de muziekvereniging behorende majorettegroep. C. KOREN Een jaarlijkse bijdrage van € 880,= voor reguliere koren en een percentage van € 880,=, berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar, voor projectkoren. D. TONEELGEZELSCHAPPEN EN THEATERGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=. E. OPERETTE- EN MUSICALGEZELSCHAPPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 2.005,=. F. VOLKSDANSVERENIGINGEN Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=. G. MAJORETTENVERENIGINGEN Een basissubsidie van € 346,= per jaar, vermeerderd met € 14,= per lid per jaar. H.DIVERSE MUZIEKGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 1.093,=. I. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN AUDIOVISUELE MEDIAKUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 880,=. J. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN LITERAIRE KUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 880,= . 5.. Voor jeugdleden van instellingen wordt een aanvullende instandhoudingssubsidie beschikbaar gesteld van € 27,= per actief jeugdlid per jaar. De jeugdsubsidie dient te worden gebruikt voor extra activiteiten ten behoeve van de jeugdleden. Jeugdorkesten in categorie A kunnen geen gebruik maken van de aanvullende instandhoudingssubsidie.

Rechtspraak bij dit artikel