Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 6.

Bepalingen omtrent aanvraag en toekenning

Onderdeel van Deelverordening Amateurkunst Subsidies 2016-2017-2018

1.. De in hoofdstuk I genoemde instellingen dienen hun instandhoudingssubsidie elk jaar opnieuw aan te vragen. Daartoe wordt hen voor of uiterlijk op 1 januari door de Afdeling Stedelijke Ontwikkeling, Team Economie, Cultuur, Wonen en Duurzaamheid een aanvraagformulier toegezonden. Met dien verstande dat wanneer het bedoelde formulier om welke reden dan ook niet wordt ontvangen, de verenigingen desondanks gehouden zijn het formulier, verkrijgbaar bij de afdeling Stedelijke Ontwikkeling, Team Economie, Cultuur, Wonen en Duurzaamheid uiterlijk 1 maart van het betreffende jaar bij de genoemde afdeling in te leveren. Met het aanvraagformulier voor instandhoudingssubsidie en jeugdledensubsidie moet ook de ledenlijst van de instelling, met als peildatum 1 september van het daaraan voorafgaande jaar, worden meegezonden. De ledenlijst dient de NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en de geboortedata te bevatten. 2.. De instandhoudingssubsidie wordt binnen 13 weken na de sluitingsdatum als genoemd in lid 1 van dit artikel aan de betreffende instelling verleend. 3.. Indien aan het gestelde in lid 1 van dit artikel zonder overleg met de Afdeling Stedelijke Ontwikkeling, Team Economie, Cultuur, Wonen en Duurzaamheid van de gemeente Leiden niet is voldaan, vervalt in het betreffende jaar het recht op instandhoudingssubsidie. 4.. De richtbedragen voor instandhoudingssubsidies voor de verschillende kunstcategorieën zijn als volgt: A. ORKESTEN Een jaarlijkse bijdrage van € 864,= voor reguliere volwassenenorkesten, met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 740,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 493,= met een ledenaantal van 50 of meer. Een jaarlijkse bijdrage van € 1.727,= voor jeugdorkesten, met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 1.480,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 987,= met een ledenaantal van 50 of meer. Voor projectorkesten een percentage van de genoemde instandhoudingssubsidie berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar. B. HARMONIE, BRASSBANDS, (DRUM)FANFARES, SHOWKORPSEN EN TROMMELGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 864,= bij een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 740,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 493,= met een ledenaantal van 50 of meer. De jaarlijkse bijdrage wordt vermeerderd met een bijdrage van € 14,= per lid. Onder lid wordt verstaan een spelend lid en/of een lid van de bij de muziekvereniging behorende majorettegroep. C. KOREN Een jaarlijkse bijdrage van € 770,= voor reguliere koren met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,= met een ledenaantal van 50 of meer. Voor projectkoren een percentage van de genoemde instandhoudingssubsidie berekend naar rato van het aantal oefenweken per jaar, met een maximum van 32 weken per jaar. D. TONEELGEZELSCHAPPEN EN THEATERGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 770,= voor toneelgezelschappen en theatergroepen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,= met een ledenaantal van 50 of meer. E. OPERETTE- EN MUSICALGEZELSCHAPPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 1.755,= voor operette- en musicalgezelschappen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 1.503,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 1.002,= met een ledenaantal van 50 of meer. F. VOLKSDANSVERENIGINGEN Een jaarlijkse bijdrage van € 770,= voor volksdansverenigingen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,= met een ledenaantal van 50 of meer. G. MAJORETTENVERENIGINGEN Een jaarlijkse bijdrage van € 303,= voor majorettenverenigingen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 259,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 173,= met een ledenaantal van 50 of meer. De jaarlijkse bijdrage wordt vermeerderd met een bijdrage van € 14,= per lid . H. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN AUDIOVISUELE MEDIAKUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 770,= voor verenigingen op het gebied van audiovisuele mediakunst met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,= met een ledenaantal van 50 of meer. I. DIVERSE MUZIEKGROEPEN Een jaarlijkse bijdrage van € 956,= voor diverse muziekgroepen met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 819,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 546,= met een ledenaantal van 50 of meer. J. VERENIGINGEN OP HET GEBIED VAN LITERAIRE KUNST Een jaarlijkse bijdrage van € 770,= voor verenigingen op het gebied van literaire kunst met een ledenaantal van 25 of minder; dan wel € 660,= met een ledenaantal van meer dan 25, maar minder dan 50; dan wel € 440,= met een ledenaantal van 50 of meer. 5.. Voor jeugdleden van instellingen wordt een aanvullende instandhoudingssubsidie beschikbaar gesteld van € 27,= per actief lid, per jaar. De jeugdledensubsidie dient te worden gebruikt voor extra activiteiten ten behoeve van de jeugdleden. Jeugdorkesten in categorie A kunnen geen gebruik maken van de aanvullende instandhoudingssubsidie.

Rechtspraak bij dit artikel