Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub g, onderdeel 5 en 6, van de Wet kan voor de in artikel 6.1, sub a, genoemde voorziening in aanmerking worden gebracht, indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of functiebeperking
het gebruik van het openbaar vervoer of,
het bereiken van het openbaar vervoeronmogelijk maken.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Het recht op een algemene voorziening
Onderdeel van Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning 2011