**1..** De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien:
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of functiebeperking geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was;
de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het College;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, extra trapleuningen, verbreden van de toegangsdeur, drempelhulpen, vlonders en opstelplaatsen voor scootmobielen of rolstoelen bij de toegangsdeur van het woongebouw;
de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak;
de ondervonden ergonomische belemmeringen voortvloeien uit de aard van de in de woonruimte gebruikte materialen of uit de slechte staat van onderhoud van de woonruimte;
de aanvrager zijn huidige woonruimte zonder recht of titel bewoont.
**2..** De aanvraag voor tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien:
de aanvrager vanuit een onzelfstandige woonsituatie zelfstandig gaat wonen, met uitzondering van de situatie waarin een jongvolwassene wonend bij zijn/haar ouders in een aangepaste situatie zelfstandig gaat wonen. Verhuiskosten in zo’n situatie zijn algemeen gebruikelijk en komen in principe niet in aanmerking voor vergoeding;
de aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
de aanvrager verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg;
er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden;
de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.