Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.3

Verplichtingen verbonden aan het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit nadere regels individuele maatschappelijke ondersteuning (WMO)

1.. De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verleend is verplicht dit budget te besteden aan de voorziening als genoemd in het besluit. 2.. De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend in verband met een voorziening als bedoeld in artikel 6.2 lid 1 sub c, artikel 7.2 lid 1 sub a, b, c en d en artikel 8.2 van de verordening is verplicht om voor de voorziening een verzekering tegen schade en diefstal af te sluiten. 3.. De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend voor hulp bij het huishouden is verplicht om bij de besteding van het budget, voor zover toepassing, de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake de privaatrechtelijke dienstbetrekking alsmede de bepalingen in de vigerende belastingwetgeving in acht te nemen. 4.. De persoon aan wie een persoonsgebonden budget is verleend en die met dit budget is overgegaan tot aanschaf van een voorziening is verplicht om, ingeval de voorziening vòòr afloop van de gebruiksduur bedoeld in lid 1 niet meer wordt gebruikt, de voorziening in eigendom over te dragen aan het college. 5.. Het college kan aan het persoonsgebonden voor de voorzieningen als bedoeld in de verordening verplichtingen verbinden die verband houden met: de aard van de voorziening; kwaliteitseisen aan de voorziening; kwaliteitseisen aan de leverancier van de voorziening; een rechtmatig en doelmatig gebruik van de voorziening; een rechtmatige besteding van de middelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel