Een financiële tegemoetkoming in verband met de derving van huurinkomsten als bedoeld in de artikelen 6.2 lid 1 sub f en 6.19 van de verordening wordt slechts verstrekt indien de betreffende woonruimte is aangepast voor meer dan € 6.105,25.
De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving als bedoeld in artikel 6.2 lid 1 sub f en 6.19 van de verordening is gelijk aan de werkelijke (kale) huur.
De maximale duur gedurende welke een financiële tegemoetkoming in verband met de derving van huurinkomsten als bedoeld in de artikelen 6.2 lid 1 sub f en 6.19 van de verordening kan worden verstrekt, bedraagt:
2 maanden voor woningen waarvan de kosten van aanpassing liggen tussen € 6.105,25 en € 16.972,83;
4 maanden voor woningen waarvan de kosten van aanpassing hoger zijn dan € 16.972,83.
De in het vorige lid genoemde periode kan op voorstel van het college met ten hoogste drie maanden worden verlengd indien vaststaat dat binnen deze periode een persoon voor de woning in aanmerking komt.
Geen financiële tegemoetkoming in verband met de derving van huurinkomsten als bedoeld in de artikelen 6.2 lid 1 sub f en 6.19 van de verordening wordt verstrekt voor huurderving over de eerste maand aansluitend aan de datum waarop de geldigheidsduur van de huurovereenkomst is verstreken.
HOOFDSTUK 6:
Artikel 6.7
Kosten van huurderving
Onderdeel van Besluit nadere regels individuele maatschappelijke ondersteuning (WMO)