Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
tien procent van de bijstand of grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de bijstand of grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
veertig procent van de bijstand of grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de bijstand of grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
De hoogte van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de
belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de verzenddatum van een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging.
In geval er sprake is van een verwijtbare gedraging als bedoeld in het eerste lid onder d wordt de duur van de verlaging verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de verzenddatum van een besluit waarbij een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging.
In afwijking van het eerste lid wordt bij onverantwoord interen van vermogen een verlaging toegepast van twintig procent gedurende het aantal maanden dat eerder beroep op bijstand is gedaan dan wanneer de verwijtbare gedraging niet had plaatsgevonden.
Het college kan volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing of de maatregel vaststellen voor een kortere of langere duur of met een hoger of lager percentage, als de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende of het gezin daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk
Artikel 8.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Oss 2012.