**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de persoon die gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm.
**2..** Wanneer één of meer gezinsleden op de peildatum zijn uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag op grond van het derde lid, of op grond van artikel 11 of artikel 13, eerste lid van de wet, dan is de langdurigheidstoeslag waarop het andere gezinslid of de overige gezinsleden krachtens het eerste lid recht hebben gelijk aan het bedrag dat voor hen als alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin zou gelden.
**3..** Niet voor langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de persoon die op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS of de WSF 2000.
Artikel 2
Voorwaarden langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag WWB 2012