Het college verstrekt aan uitkeringsgerechtigde, niet zijnde de Nugger, die onbeloonde additionele werkzaamheden verricht conform artikel 10a, zesde lid van WWB, artikel 4a lid 1 van de IOAW en IOAZ een premie van telkens € 100,00.
Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld.
De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de uitkeringsgerechtigde de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.
Voor zover de uitkeringsgerechtigde niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Het college betrekt bij deze beoordeling:
Het oordeel van degene in wiens opdracht de uitkeringsgerechtigde de additionele werkzaamheden uitvoert;
De scholingswens van de uitkeringsgerechtigde.
Hoofdstuk
Artikel 11
Premie additionele werkzaamheden
Onderdeel van Reïntegratieverordening WWB, IOAW, IOAZ gemeente Aa en Hunze 2012