Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening subsidieplafond 2010 (9.21)

Het subsidieplafond voor het verlenen van normsubsidies voor activiteiten op de volgende terreinen is als volgt bepaald: Amateurkunst: € 33.983,00 Profesionele kunst: € 4.471,00; Cultuur: € 4.711,00; Advisering en belangenbehartiging, samenlevingsopbouw € 5.160,00; Advisering en belangenbehartiging, onderdeel volkshuisvesting en ruimtelijke ordening: € 3.571,00; Kinder, Jeugd en jongerenwerk: € 13.900,00; Educatief werk en kunst en (volks-)cultuur: € 5.746,00; Ouderenwerk, subsidie ouderenbonden en seniorenraad: € 9590,00; Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening: € 8.989,00; Sport (jeugdsport): € 21.236,00 Sport (gehandicaptensport): € 5.493,00; Openbare orde en veiligheid: € 6.022,00; Lokale omroep: € 9.983,00; Vrijwilligerswerk € 4.070,00; Wijkraden/platforms € 16.076,00; minderheden € 1.519,00; recreatie, toerisme en promotie € 5.406,00. Amateurkunst; voor leerlingen van de drie harmoniëen uit de gemeente Haaksbergen die les volgen bij een muziekschool: € 15.300,00 Belangenbehartiging olympische sportbeoefening; € 2.000,00 Voor de verdeling van het subsidieplafond geldt het bepaalde in de Bijzondere subsidieverordening, met dien verstande dat als het subsidieplafond is bereikt naar evenredigheid een lager subsidiebedrag wordt verstrekt aan de instelling met activiteiten op de terreinen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Subsidieplafond structurele waarderingssubsidies

Rechtspraak bij dit artikel