Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK A

Artikel A1

- Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005

Voor zover elders in deze verordening niet uitdrukkelijk anderszins is aangegeven, wordt voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders. Weg: wegen of paden, die al dan niet met enige beperking voor openbaar verkeer openstaan, daarin gelegen bruggen en duikers en de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten daaronder begrepen; andere plaatsen, niet zijnde een gebouw, die voor het publiek, al dan niet met beperking, toegankelijk zijn; openbare parkeergebouwen. Bebouwde kom: het gebied waarvan de grenzen zijn vastgesteld ingevolge artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Rechthebbende: een ieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht of daarover enige feitelijke zeggenschap uitoefent. Voertuigen: alle rij en voertuigen, met uitzondering van: treinen en trams; kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. Gebouwen: elk bouwwerk dat een voor personen of dieren toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten, ruimte vormt. Parkeren: het doen of laten staan van voertuigen anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en wordt gebruikt tot het onmiddellijk in of uitstappen van personen of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. Schip: elk vaartuig. Onder een schip wordt mede verstaan: een jetski; een pont; een watervliegtuig; een zeilplank; een schip dat tijdelijk of blijvend de mogelijkheid en/of geschiktheid om te varen heeft verloren; een wrak van een schip; een schip welke in aanbouw is en een casco welke kan worden afgebouwd tot een schip; een drijvend werktuig en een drijvende inrichting. Woonschip: elk schip uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd. Ligplaats plaats ingericht of gebruikt om met een schip voor anker te liggen, af te meren of op enigerlei wijze met de vaste grond verbonden te zijn. Openbaar water: alle wateren die voor het publiek al dan niet met schepen toegankelijk zijn, alsmede de daartoe behorende bermen en wallen. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel