**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde
bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2..** Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
omgevingsvergunning.
**3..** Het verbod geldt niet voor:
vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen
gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
gebruikt;
zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor
voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:
- geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat
gedeelte bevindt;
- geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook
staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het
rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;
- geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande
gevel reikt;
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
laden of lossen ervan en mits degene die de
werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt,
dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is.
voertuigen;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
worden geopenbaard;
evenementen als bedoeld in artikel B.2.1;
terrassen als bedoeld in artikel B.4.2;
standplaatsen als bedoeld in artikel E.2.3;
reclameborden en speeltoestellen, voor zover deze zo
zijn geplaatst dat zij geen gevaar of hinder voor het
verkeer kunnen opleveren, en mits deze voldoen aan door
het college te stellen nadere regels inhoudende
voorschriften die met het plaatsen en geplaatst hebben
van reclameborden en speeltoestellen in acht dienen te
worden genomen.
**4..** Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of
stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien:
deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of
plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg,
of
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
onderhoud van de weg.
**5..** Voor de toepassing van het tweede lid onder c, wordt onder weg
verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
verstaat.
**6..** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid of het tweede lid
kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij
in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van
overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
onroerende zaak.
**7..** Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in
het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal
wegenreglement.
De weigeringgrond van het vijfde lid, onder a, geldt
niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
De weigeringgrond van het vijfde lid, onder b, geldt
niet voor bouwwerken.
De weigeringgrond van het vijfde lid, onder c, geldt
niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
voorzien door de Wet milieubeheer.
HOOFDSTUK B › Afdeling 1
Artikel B.1.11
Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2005